maandag 3 juli 2017

De kunst van het gewoon doen

Menslievende zorg vraagt om gewoon doen.
Gewoon doen is interesse hebben en tonen in de ander.
Daar begint de aansluiting en is de start tot een mogelijke relatie.
We zijn gewoon doen op ons werk verleerd.

Je ziet nu dat een nieuwe advies- en trainingsindustrie ontstaat om mensen te leren gewoon te doen.
Er worden tools ontwikkeld om mensen te leren een praatje voor de vaak te maken of een open gesprek te voeren. Dit alles in kader van radicale vernieuwing (zie de Waardigheidentrots.nl website).

Dat is alleen geen radicale vernieuwing maar is juist meer van het zelfde.
Menselijkheid vraagt om het loslaten van de cultuur van het wantrouwen en te gaan naar vertrouwen en vertrouwen geven. Verzorgenden zien als mensen en niet als arbeidscapaciteit.
Beseffen dat wat zij thuis aan gedrag laten zien naar hun huis- en gezinsgenoten ook de basis is voor hoe ze omgaan met ouderen en dementerenden.

Radicale vernieuwing is kiezen voor radicale aansluiting. Beseffen dat juist in het alledaagse het geluk wordt ervaren.

Wat is goede zorg?

In het programma 'Waardigheid en trots, van het ministerie van VWS is een studie verschenen over relatiegerichte zorg; 'Zorg is beweging'.
Daarin wordt gesteld dat zorg goede zorg is als de ontvanger het als goede zorg ervaart. 
Voor een leek en familieleden van dementerenden klinkt dat als logisch, een open deur zelfs. 

Toch is dit een baanbrekende gedachte, omdat het ons dwingt ons te verplaatsen in de zorgontvanger.
We zijn zo gewend geraakt de logica van de instelling of de eigen professionele logica als uitgangspunt te nemen dat de mens om wie het gaat uit beeld is geraakt.

We zijn dol op het creëren van voorzieningen en het oplossen van problemen, maar zijn vergeten ons aan te sluiten en om af te stemmen op de bewoner.

Als het werkelijk gaat om wat de zorg en het verzorgen voor de ander betekent dan heeft dat invloed op onze eigen focus wat goede zorg is. 

De valkuil is om te denken dat de omslag van aanbodgestuurde zorg naar vraaggestuurde zorg is heeft opgelost. Niets is minder waar. De kwetsbare medemens heeft helemaal geen gearticuleerde zorgvraag, maar wil voor al gezien en gehoord worden en er toe doen. Daarmee doen deze kwetsbare mensen een appel op onze medemenselijkheid. 
Dat appel is lastig, omdat we ons dan openstellen voor het leed en de behoeften van de zorgafhankelijke en kwetsbare medemens. We kunnen dat leed niet langer van ons afwerpen en ons afschermen maar worden geraakt. Precies dat laatste maakt ons tot medemens, een mens waaraan de kwetsbare mens zijn eigen mens zijn gewaar aan kan worden. 

Er is een groeiend besef dat we de zelfredzaamheid van kwetsbare mensen zoals dementerenden niet kunnen herstellen en dat we deze mensen vooral kunnen helpen door nabij te zijn. Deze nabijheid geeft de kwetsbare mens de gelegenheid om als mens te voorschijn te komen en daarmee tot bestaan te komen. 

Het is een betrekkelijk nieuwe gedachte om een dementerende als volwaardig mens te zien; gelijkwaardig aan ons. Gelijkwaardig omdat deze mens er helemaal mag zijn, omgelijk omdat iederen ongelijk is en ook ongelijk omdat zijn leed groter is dan dat van ons. 

Het grootste goed wat wij deze mensen te bieden hebben is onze medemenselijkheid. Dat betekent dat we kwetsbare mensen niet louter een voorziening en praktische hulp bieden maar dat we een zorgzame betrekking aangaan. 

Het denken in een zorgzame betrekking in plaats van zorg verlenen verandert de context van transactioneel naar relationeel. 

We leveren geen zorg maar verzorgen, zoals een goede moeder haar kinderen verzorgt en er atijd voor hen is.

donderdag 30 maart 2017

De kunst van het aansluiten en afstemmen

Zorg kent drie logica's:
De logica van het systeem, waarbij bestuurders zorg dragen voor zowel de doelmatigheid, overleving en zingeving van hun organisatie. Zij vragen zowel personeelsleden als cliënten zich te voegen naar 'het systeem'.
De logica van de professionals, de dokter, verpleegkundigen en verzorgenden. Zij vragen de client uit opdat deze zich kan voegen in hun professionele logica, zodat de professionals kunnen doen waar ze voor geleerd hebben.
De logica van de client, al dan niet met gearticuleerde hulpvraag. De client zoekt/vraagt/behoeft hulp en wil graag gehoord en gezien worden, maar vooral bediend en gediend worden.

Als iedereen echter vanuit zijn logica en zijn belang blijft kijken, denken en handelen ligt de hypothese dat we elkaar waarschijnlijk helemaal niet zien en horen voor de hand. Daaruit doemt de vraag op hoe het dan zit met de legitimiteit, zingeving en waarde van deze organisatie, dit instituut of deze geïnstitutionaliseerde zorg.

Wat er nodig is, is aansluiting, nog meer zelfs dan afstemming. Aansluiting vraagt om het vermogen om een perspectiefwisseling te maken en van daaruit te ervaren, doorvoelen en doordenken wat er voor de ander op het spel staat.

Dan ziet de bestuurder dat hij de professional kan bijstaan in het uitoefenen van zijn vak en dat het geen pas geeft de discretionaire ruimte van de professional aan te tasten door een overmaat aan regels, bureaucratie en papieren verantwoording. Dan gaat de professional inzien wat het betekent om ziek en/of kwetsbaar te zijn en spreekt hij/zij niet alleen de eigen technische vaardigheden aan maar ook zijn/haar relationele vaardigheden. Dan is hij/zij niet alleen de slimme professional maar ook medemens en als vriend of vriendin.

Zoiets ontstaat als we samen weten wat we willen bereiken, we een visie onderschrijven en uitdragen en voortdurend reflecteren op ons eigen handelen, waarbij we zowel aanspreken als aanspreekbaar zijn.

Het vraagt van alle betrokkenen om niet de angst de leidraad te laten zijn en om niet langer de ander te willen dwingen of ons gelijk op te leggen, maar op vertrouwen in elkaar, elkaar vermogens en elkaars medemenselijkheid.

Misschien klinkt dit te idealistisch, naïef zelfs, maar toch is het niet anders dan een pleidooi voor gewoon doen. Gewoon, bijzonder gewoon. Het vraagt van ons om met collega's en cliënten net zo zorgvuldig om te gaan als met familieleden en vrienden, om aandacht, om luisteren en om te doen wat juist en gepast is. Waarom mensen opsluiten in protocollen en procedures, wat het werk debiliseert terwijl diezelfde 'domme' werknemers thuis wel hun huishouden en financiën kunnen organiseren.

Wat dan belangrijk wordt is dat we niet alleen ons eigen werk goed doen, maar ook er aan bijdragen dat anderen hun werk goed doen of dat nu collega's, bazen of ondergeschikten zijn.
Samen doen zit hem vooral in dezelfde kant op werken en om oog voor elkaar te hebben en niet zozeer door letterlijk hetzelfde samen te doen.

vrijdag 17 maart 2017

De productie voorbij, meer dan doelmatigheid

Zorg en onderwijs zijn op veel plaatsen gereduceerd tot productie. Leerlingen en patiënten zijn dan verworden tot  'through-put'.
Kenmerkend van het productie denken is het denken in producten (zorgproduct), activiteiten (zorghandelingen), de nadruk op efficiency en de aandacht voor opbrengsten (leeropbrengsten/evidence).

Nu is doelmatigheid een van drie essentiële aspecten van een organisatie (Haselhoff). Overleving en zingeving zijn de twee andere. Het louter denken in doelmatigheid vervreemd de organisatie van het zingevingsaspect en doelmatigheid is niet langer een aspect en middel maar doel en finale leidraad. Een organisatie die is losgezongen van zijn oorspronkelijke doelstelling of oogmerk, wordt ook wel een perverse organisatie genoemd.

Zorg en onderwijs komen tot stand in interactie tussen zorgvrager- zorgverlener/ student-docemt en zijn ten diepste relationeel van aard. Het louter denken in handelingen gaat daaraan voorbij en vergeet de betekenis van zowel zorg als onderwijs voor de ontvanger te adresseren.

Het gevolg van de productieomgeving is dat de discretionaire ruimte (de vrije ruimte van de professional) van docent/verzorgende wordt uitgehold en vervangen door gestandaardiseerde werkwijzen en evidence based richtlijnen. Leraar en verzorgende zijn zo arbeider geworden en zowel de arbeider als de ontvangers/consument dient zich te voegen naar de logica van het systeem.

Met cynisme komen we niet verder en gelukkig is er een alternatief. We kunnen in plaats van in dingen en activiteiten ook denken in relaties en de betekenis van die relaties voor zowel de zorggever als zorgontvanger. Dan komt de bevlogen leraar, de betrokken verzorgende in beeld en de zorgontvanger die zich gesteund en gezien weet.

De presentiebenadering is zowel een perspectief/paradigma als een theorie. Als paradigma laat het ons anders, meer relatiegericht naar zorg en onderwijs kijken en als theorie beschrijft het hoe zorg- en onderwijswerkers zich (kunnen) ontwikkelen tot presentie werkers.

De presentiebenadering zet zich  af tegen de doorgeschoten verzakelijking en het mantra/dogma van de zelfredzaamheid.
Dat afzetten is geen diskwalificatie van het doelmatigheidsdenken, maar wil bewust maken dat er naast doelmatigheid ook nog zoiets is als zingeving en fatsoen. Daarmee is de presentiebenadering een ethische positie en wil het ons bewust maken van de moralicide in het doelmatigheidsdomein. Moralicide is de totale afwezigheid van de zingevings- en fatsoensvraag. Uiteindelijk is goede zorg, alleen goede zorg als het en doelmatig en fatsoenlijk is.
Uit veel onderzoek blijkt dat de mismatch tussen zorgvrager en zorggevers het lijden van de zorgvrager zowel bestendigt als verdiept.
De presentiebenadering geeft hiervoor zowel een verklaring als dat het een uitweg biedt.

De verklaring is het ontbreken van een concrete hulpvraag van mensen die kwetsbaar zijn en wiens existentie, hun menszijn, onder druk staat. We dwingen de hulpvrager zich te voegen naar de hokjes van bureaucratische zorgsystemen, waardoor de hulpvrager zich niet gehoord, niet gezien en niet in tel weet.
De uitweg is kiezen voor radicale aansluiting bij kwetsbare mensen (dementerenden, mensen in achterstandswijken etc), De perspectiefwisseling die we dan maken laat ons zien en invoelen wat er voor de kwetsbare mens op het spel staat en hoe we de ander kunnen bijstaan door met hem of haar te zijn. Preseniewerkes willen 'sociaal overbodigen' weer tot bestaan brengen.
In het doelmatigheidsdenken bieden we voorzieningen om de zelfredzaamheid van mensen te herstellen of in stand te houden, daar waar de presentiewerker beseft dat alleen aandacht/liefdevolle bekommernis iemand weer tot mens kan laten zijn.

Zorg voor dementerenden is chronische zorg, het gaat dus niet over en daarmee kan de doelmatigheid van de 'behandeling' niet worden geadresseerd of gevalideerd. Nuttigheid (van de behandeling/zorg) is dan niet langer de meest verstandige leidraad. Daarmee komt waardigheid in beeld.  Juist door te appelleren aan de mens in de dementerende geven we hem of haar waardigheid en de kans op een waardig en betekenisvol leven. Als je zo voor een dementerende zorg of samen bent dan doet die ander er toe.
Zo zorgen we ervoor dat we mensen niet opbergen, uitsluiten, vergeten of marginaliseren. Dan blijven het medeburgers, onze vaders en moeders, opa en oma's, partners en geliefden.


maandag 13 maart 2017

Detlef Petry, grondlegger mensgerichte zorg in de psychiatrie


Mooie video over mensgerichte zorg aan chronisch psychiatrische patiënten. Het bijzondere was dat Detlef Petry gelijkwaardig met deze mensen omging en ze vooral weer mens tussen de mensen wilde laten zijn.  De film heet dan ook: 'Uitbehandeld maar niet opgegeven'.

Noch het denken in doelmatigheid noch het denken in het dogma van de zelfredzaamheid geeft ons handvatten om te komen tot goede zorg voor chronische patiënten  of het nu uitbehandelde psychiatrische patiënten zijn of dementerenden. 











maandag 6 maart 2017

Kleinschalige zorg voor dementerenden

Mijn kennismaking met zorg voor dementerenden was in 2013. Voor mijn inmiddels overleden schoonmoeder Hannie kwam een plekje vrij kwam bij een goed aangeschreven zorginstelling in Arnhem; een groot gebouw in een parkachtige omgeving en ook nog eens met een katholieke grondslag.

Na dat zij verhuisd was kwamen wij (haar kinderen met aanhang) polshoogte nemen om te zien hoe het met hun moeder was. In tegenstelling tot eerste verwachtingen was de zorg voor haar bedroevend. Zo kon zij 's middags niet naar bed gebracht worden en moest zijn in haar rolstoel slapen werd zij om 16.00 uur naar haar kamer gereden alwaar ze om 22.00 uur in bed werd gestopt.
De gemeenschappelijke woonkamer bestond uit een grote tafel waaraan de ouderen geschikt werden en die elkaar vervolgens volstrekt wezenloos aankeken en die eerder bozige indruk maakte dan een gelukkige. De verzorgenden zaten als oppassers achter de bewoners.

Al snel besloot de familie dat dit niet de bedoeling kon zijn en los van elkaar bedachten we wat wel ideaal zou zijn; Een kleinschalig thuis met een gemeenschappelijke woonkamer waar gekookt en geleefd zou worden.
Er bleek een franchise organisatie te zijn die onder de naam Herbergier de door ons gewenste kleinschalige zorg bood voor mensen met dementie.
Direct hebben wij mijn schoonmoeder weggehaald uit de grote instelling, haar weer naar het ouderlijk huis verplaatst om vervolgens weer 6 maanden mantelzorg te verlenen en dat terwijl iedereen al op zijn tandvlees liep. Na 10 jaar mantelzorg was de rek wel uit het support systeem.

Februari 2014 kreeg ze haar plaats in Herbergier Olst, waar zij tot haar dood eind 2016 met veel plezier heeft gewoond en waar zij buitengewoon liefdevol is verzorgd. Ook de familie kwam haar daar graag opzoeken.

Door mijn eigen bezoekjes aan haar bouwde ik een band op met het ondernemersechtpaar en zij vroegen mij op een gegeven moment hun te gaan coachen. Het ondernemersechtpaar zocht handvatten om met het personeel om te gaan en had een sterk verlangen de de zorg op een nog hoger niveau te brengen. De door mij voorgestelde presentie benadering sloot naadloos aan bij dit verlangen en die gaf daarmee een nieuwe taal en nieuwe mogelijkheden om de zorg te professionaliseren.

Professionaliseren betekende hier de Herbergier als een thuis te laten zijn en om de verzorgenden zich te laten aansluiten en afstemmen op de bewoners middels relatiegericht en mensgericht werken en zorgen.
Present werken vraagt van de verzorgende om het loslaten van de eigen agenda om vervolgens vanuit een latende houding zich te beschikbaar te maken voor de ander. Niet langer staat de logica van systeem of beroep centraal maar voegt de verzorgende zich naar de bewoner.
Werkelijk aansluiten op ander vraagt om het maken van een perspectief-wisseling en het besef voor wat er bij de ander op het spel staat. Zo voelt de ander zich gehoord, gezien en in tel (= meetellen) en kan diegene aan de verzorgende tot bestaan komen. Kwetsbare mensen, zoals dementerenden hebben geen zorg of voorzieningen nodig die hun zelfredzaam laten zijn, maar hebben behoefte aan nabijheid en dienen bijgestaan te worden in hun mens zijn

In een (t)huis als Herbergier Olst zijn er geen vegeterende of dolende ouderen. Daar zitten onze vaders en moeder, opa's en oma's die daar hun laatste dagen liefdevol verzorgd worden en die we dan zowel zien zoals ze nu zijn als hoe ze ooit waren. Dan is dementie geen enge of ontluisterende ziekte, maar een laatste fase in iemands leven. Een fase die waardig en betekenisvol geleefd kan worden.

Het vraagt om ondernemers die hun verzorgende de ruimte geven om present te werken, die het leren van presentie faciliteren en om een organisatie waar liefdevolle bekommernis en herbergzaamheid hand in hand gaat.

Om als coach en moderator een rol te spelen in de ontwikkeling van de ondernemers, de verzorgenden en de organisatie is uitermate bevredigend en dankbaar werk.




Welkom

Blog over zorgvernieuwing.

Arno Terra