donderdag 30 maart 2017

De kunst van het aansluiten en afstemmen

Zorg kent drie logica's:
De logica van het systeem, waarbij bestuurders zorg dragen voor zowel de doelmatigheid, overleving en zingeving van hun organisatie. Zij vragen zowel personeelsleden als cliënten zich te voegen naar 'het systeem'.
De logica van de professionals, de dokter, verpleegkundigen en verzorgenden. Zij vragen de client uit opdat deze zich kan voegen in hun professionele logica, zodat de professionals kunnen doen waar ze voor geleerd hebben.
De logica van de client, al dan niet met gearticuleerde hulpvraag. De client zoekt/vraagt/behoeft hulp en wil graag gehoord en gezien worden, maar vooral bediend en gediend worden.

Als iedereen echter vanuit zijn logica en zijn belang blijft kijken, denken en handelen ligt de hypothese dat we elkaar waarschijnlijk helemaal niet zien en horen voor de hand. Daaruit doemt de vraag op hoe het dan zit met de legitimiteit, zingeving en waarde van deze organisatie, dit instituut of deze geïnstitutionaliseerde zorg.

Wat er nodig is, is aansluiting, nog meer zelfs dan afstemming. Aansluiting vraagt om het vermogen om een perspectiefwisseling te maken en van daaruit te ervaren, doorvoelen en doordenken wat er voor de ander op het spel staat.

Dan ziet de bestuurder dat hij de professional kan bijstaan in het uitoefenen van zijn vak en dat het geen pas geeft de discretionaire ruimte van de professional aan te tasten door een overmaat aan regels, bureaucratie en papieren verantwoording. Dan gaat de professional inzien wat het betekent om ziek en/of kwetsbaar te zijn en spreekt hij/zij niet alleen de eigen technische vaardigheden aan maar ook zijn/haar relationele vaardigheden. Dan is hij/zij niet alleen de slimme professional maar ook medemens en als vriend of vriendin.

Zoiets ontstaat als we samen weten wat we willen bereiken, we een visie onderschrijven en uitdragen en voortdurend reflecteren op ons eigen handelen, waarbij we zowel aanspreken als aanspreekbaar zijn.

Het vraagt van alle betrokkenen om niet de angst de leidraad te laten zijn en om niet langer de ander te willen dwingen of ons gelijk op te leggen, maar op vertrouwen in elkaar, elkaar vermogens en elkaars medemenselijkheid.

Misschien klinkt dit te idealistisch, naïef zelfs, maar toch is het niet anders dan een pleidooi voor gewoon doen. Gewoon, bijzonder gewoon. Het vraagt van ons om met collega's en cliënten net zo zorgvuldig om te gaan als met familieleden en vrienden, om aandacht, om luisteren en om te doen wat juist en gepast is. Waarom mensen opsluiten in protocollen en procedures, wat het werk debiliseert terwijl diezelfde 'domme' werknemers thuis wel hun huishouden en financiën kunnen organiseren.

Wat dan belangrijk wordt is dat we niet alleen ons eigen werk goed doen, maar ook er aan bijdragen dat anderen hun werk goed doen of dat nu collega's, bazen of ondergeschikten zijn.
Samen doen zit hem vooral in dezelfde kant op werken en om oog voor elkaar te hebben en niet zozeer door letterlijk hetzelfde samen te doen.