vrijdag 17 maart 2017

De productie voorbij, meer dan doelmatigheid

Zorg en onderwijs zijn op veel plaatsen gereduceerd tot productie. Leerlingen en patiĆ«nten zijn dan verworden tot  'through-put'.
Kenmerkend van het productie denken is het denken in producten (zorgproduct), activiteiten (zorghandelingen), de nadruk op efficiency en de aandacht voor opbrengsten (leeropbrengsten/evidence).

Nu is doelmatigheid een van drie essentiƫle aspecten van een organisatie (Haselhoff). Overleving en zingeving zijn de twee andere. Het louter denken in doelmatigheid vervreemd de organisatie van het zingevingsaspect en doelmatigheid is niet langer een aspect en middel maar doel en finale leidraad. Een organisatie die is losgezongen van zijn oorspronkelijke doelstelling of oogmerk, wordt ook wel een perverse organisatie genoemd.

Zorg en onderwijs komen tot stand in interactie tussen zorgvrager- zorgverlener/ student-docemt en zijn ten diepste relationeel van aard. Het louter denken in handelingen gaat daaraan voorbij en vergeet de betekenis van zowel zorg als onderwijs voor de ontvanger te adresseren.

Het gevolg van de productieomgeving is dat de discretionaire ruimte (de vrije ruimte van de professional) van docent/verzorgende wordt uitgehold en vervangen door gestandaardiseerde werkwijzen en evidence based richtlijnen. Leraar en verzorgende zijn zo arbeider geworden en zowel de arbeider als de ontvangers/consument dient zich te voegen naar de logica van het systeem.

Met cynisme komen we niet verder en gelukkig is er een alternatief. We kunnen in plaats van in dingen en activiteiten ook denken in relaties en de betekenis van die relaties voor zowel de zorggever als zorgontvanger. Dan komt de bevlogen leraar, de betrokken verzorgende in beeld en de zorgontvanger die zich gesteund en gezien weet.

De presentiebenadering is zowel een perspectief/paradigma als een theorie. Als paradigma laat het ons anders, meer relatiegericht naar zorg en onderwijs kijken en als theorie beschrijft het hoe zorg- en onderwijswerkers zich (kunnen) ontwikkelen tot presentie werkers.

De presentiebenadering zet zich  af tegen de doorgeschoten verzakelijking en het mantra/dogma van de zelfredzaamheid.
Dat afzetten is geen diskwalificatie van het doelmatigheidsdenken, maar wil bewust maken dat er naast doelmatigheid ook nog zoiets is als zingeving en fatsoen. Daarmee is de presentiebenadering een ethische positie en wil het ons bewust maken van de moralicide in het doelmatigheidsdomein. Moralicide is de totale afwezigheid van de zingevings- en fatsoensvraag. Uiteindelijk is goede zorg, alleen goede zorg als het en doelmatig en fatsoenlijk is.
Uit veel onderzoek blijkt dat de mismatch tussen zorgvrager en zorggevers het lijden van de zorgvrager zowel bestendigt als verdiept.
De presentiebenadering geeft hiervoor zowel een verklaring als dat het een uitweg biedt.

De verklaring is het ontbreken van een concrete hulpvraag van mensen die kwetsbaar zijn en wiens existentie, hun menszijn, onder druk staat. We dwingen de hulpvrager zich te voegen naar de hokjes van bureaucratische zorgsystemen, waardoor de hulpvrager zich niet gehoord, niet gezien en niet in tel weet.
De uitweg is kiezen voor radicale aansluiting bij kwetsbare mensen (dementerenden, mensen in achterstandswijken etc), De perspectiefwisseling die we dan maken laat ons zien en invoelen wat er voor de kwetsbare mens op het spel staat en hoe we de ander kunnen bijstaan door met hem of haar te zijn. Preseniewerkes willen 'sociaal overbodigen' weer tot bestaan brengen.
In het doelmatigheidsdenken bieden we voorzieningen om de zelfredzaamheid van mensen te herstellen of in stand te houden, daar waar de presentiewerker beseft dat alleen aandacht/liefdevolle bekommernis iemand weer tot mens kan laten zijn.

Zorg voor dementerenden is chronische zorg, het gaat dus niet over en daarmee kan de doelmatigheid van de 'behandeling' niet worden geadresseerd of gevalideerd. Nuttigheid (van de behandeling/zorg) is dan niet langer de meest verstandige leidraad. Daarmee komt waardigheid in beeld.  Juist door te appelleren aan de mens in de dementerende geven we hem of haar waardigheid en de kans op een waardig en betekenisvol leven. Als je zo voor een dementerende zorg of samen bent dan doet die ander er toe.
Zo zorgen we ervoor dat we mensen niet opbergen, uitsluiten, vergeten of marginaliseren. Dan blijven het medeburgers, onze vaders en moeders, opa en oma's, partners en geliefden.