maandag 6 maart 2017

Kleinschalige zorg voor dementerenden

Mijn kennismaking met zorg voor dementerenden was in 2013. Voor mijn inmiddels overleden schoonmoeder Hannie kwam een plekje vrij kwam bij een goed aangeschreven zorginstelling in Arnhem; een groot gebouw in een parkachtige omgeving en ook nog eens met een katholieke grondslag.

Na dat zij verhuisd was kwamen wij (haar kinderen met aanhang) polshoogte nemen om te zien hoe het met hun moeder was. In tegenstelling tot eerste verwachtingen was de zorg voor haar bedroevend. Zo kon zij 's middags niet naar bed gebracht worden en moest zijn in haar rolstoel slapen werd zij om 16.00 uur naar haar kamer gereden alwaar ze om 22.00 uur in bed werd gestopt.
De gemeenschappelijke woonkamer bestond uit een grote tafel waaraan de ouderen geschikt werden en die elkaar vervolgens volstrekt wezenloos aankeken en die eerder bozige indruk maakte dan een gelukkige. De verzorgenden zaten als oppassers achter de bewoners.

Al snel besloot de familie dat dit niet de bedoeling kon zijn en los van elkaar bedachten we wat wel ideaal zou zijn; Een kleinschalig thuis met een gemeenschappelijke woonkamer waar gekookt en geleefd zou worden.
Er bleek een franchise organisatie te zijn die onder de naam Herbergier de door ons gewenste kleinschalige zorg bood voor mensen met dementie.
Direct hebben wij mijn schoonmoeder weggehaald uit de grote instelling, haar weer naar het ouderlijk huis verplaatst om vervolgens weer 6 maanden mantelzorg te verlenen en dat terwijl iedereen al op zijn tandvlees liep. Na 10 jaar mantelzorg was de rek wel uit het support systeem.

Februari 2014 kreeg ze haar plaats in Herbergier Olst, waar zij tot haar dood eind 2016 met veel plezier heeft gewoond en waar zij buitengewoon liefdevol is verzorgd. Ook de familie kwam haar daar graag opzoeken.

Door mijn eigen bezoekjes aan haar bouwde ik een band op met het ondernemersechtpaar en zij vroegen mij op een gegeven moment hun te gaan coachen. Het ondernemersechtpaar zocht handvatten om met het personeel om te gaan en had een sterk verlangen de de zorg op een nog hoger niveau te brengen. De door mij voorgestelde presentie benadering sloot naadloos aan bij dit verlangen en die gaf daarmee een nieuwe taal en nieuwe mogelijkheden om de zorg te professionaliseren.

Professionaliseren betekende hier de Herbergier als een thuis te laten zijn en om de verzorgenden zich te laten aansluiten en afstemmen op de bewoners middels relatiegericht en mensgericht werken en zorgen.
Present werken vraagt van de verzorgende om het loslaten van de eigen agenda om vervolgens vanuit een latende houding zich te beschikbaar te maken voor de ander. Niet langer staat de logica van systeem of beroep centraal maar voegt de verzorgende zich naar de bewoner.
Werkelijk aansluiten op ander vraagt om het maken van een perspectief-wisseling en het besef voor wat er bij de ander op het spel staat. Zo voelt de ander zich gehoord, gezien en in tel (= meetellen) en kan diegene aan de verzorgende tot bestaan komen. Kwetsbare mensen, zoals dementerenden hebben geen zorg of voorzieningen nodig die hun zelfredzaam laten zijn, maar hebben behoefte aan nabijheid en dienen bijgestaan te worden in hun mens zijn

In een (t)huis als Herbergier Olst zijn er geen vegeterende of dolende ouderen. Daar zitten onze vaders en moeder, opa's en oma's die daar hun laatste dagen liefdevol verzorgd worden en die we dan zowel zien zoals ze nu zijn als hoe ze ooit waren. Dan is dementie geen enge of ontluisterende ziekte, maar een laatste fase in iemands leven. Een fase die waardig en betekenisvol geleefd kan worden.

Het vraagt om ondernemers die hun verzorgende de ruimte geven om present te werken, die het leren van presentie faciliteren en om een organisatie waar liefdevolle bekommernis en herbergzaamheid hand in hand gaat.

Om als coach en moderator een rol te spelen in de ontwikkeling van de ondernemers, de verzorgenden en de organisatie is uitermate bevredigend en dankbaar werk.