vrijdag 21 september 2018

Het verpleeghuis is zelf het probleem

Onlangs hoorde ik een verpleegkundige zeggen dat het verpleeghuis niet erg was, het was die rotziekte die zo erg was.
De praktijk laat echter wat anders zien.
In sociale woonvormen voor dementie blijken mensen met dementie een goed leven te kunnen hebben.
Zowel Erving Goffman in Totale instituties als Tom Kitwood in Dementia reconsidered laten zien dat bewoners depersonificeren onder invloed van het verpleeghuisregime. Het verpleeghuis voegt dus daadwerkelijk leed toe.
De oplossing ligt niet in een beter verpleeghuis, maar in het vervangen van het verpleeghuis door wat anders; een sociale wonvorm voor mensen met dementie.
In een sociale woonvorm gaan de medewerkers een zorgzame betrekking aan met de bewoners. Medewerkers en bewoners worden zo huisgenoten van elkaar en medewerkers worden in veel gevallen haast als verwant ervaren.
Door de bewoners te zien te horen en te kennen komen ze tot bestaan en lijken ze net gewone bejaarden. In een sociale woonvorm wordt ook nauwelijks verpleegd. Bewoners zijn niet bedlegerig en liggen hooguit een paar dagen in bed voordat ze doodgaan.
Het laat goed zien dat het in zichzelf terugtrekken een gevolg is van slechte zorg en niet inherent is aan de ziekte.
De denkfout die nog steeds gemaakt wordt is dat mensen tot bestaan komen door zorg. Dat is echt onzin, mensen komen tot bestaan aan anderen mensen. Het bijzondere van een sociale woonvorm is dat de medewerkers onderdeel gaan uitmaken van het leven van de bewoner en zo voorkomen dat de bewoner vereenzaamt, in een isolement terecht komt of het contact met zichzelf en de wereld kwijt raakt.
In een sociale woonvorm werkt men niet aan zorgvragen of zorgproblemen maar is er een gerichtheid op goed leven. Medewerkers ontlenen betekenis aan wie ze zijn voor de bewoners en niet aan hun verpleegtechnische handelingen.